Tintelende handen of vingers? Dit kan er aan de hand zijn 

6 december 2025
Gezondheid

Word je ’s nachts wakker met tintelende vingers of een slapend gevoel in je hand? Of merk je dat je regelmatig iets uit je hand laat vallen? Dan is de kans groot dat je last hebt van het carpaal tunnel syndroom (CTS). Deze aandoening komt vaak voor en ontstaat door een beknelling van een zenuw in de pols. In deze blog lees je wat CTS precies is, hoe het ontstaat en wat jij eraan kunt doen. 

Wat is het carpaal tunnel syndroom? 

Bij het carpaal tunnel syndroom raakt de middelste handzenuw – de nervus medianus – bekneld in de pols. Deze zenuw loopt van je onderarm naar je hand door een smalle doorgang: de carpale tunnel. In die tunnel lopen ook pezen en bloedvaten. Wanneer er zwelling ontstaat in dit gebied, neemt de druk toe en wordt de zenuw afgekneld. 

Die beknelling veroorzaakt klachten zoals tintelingen, een doof gevoel of pijn. Meestal speelt dit aan de duimzijde van de hand: de duim, wijsvinger en middelvinger voelen vreemd aan, terwijl de pink vaak ongemoeid blijft. 

Hoe ontstaat het carpaal tunnel syndroom? 

De oorzaak van CTS is niet altijd precies te achterhalen. Toch zijn er duidelijke risicofactoren bekend. 

  • Overbelasting van de pols, bijvoorbeeld door herhaalde handbewegingen bij typen, muisgebruik of fysiek werk. 
  • Hormonale veranderingen, waardoor de aandoening vaker voorkomt bij vrouwen. 
  • Zwangerschap, waarbij vochtophoping de druk in de pols verhoogt. 
  • Aandoeningen zoals reuma, artrose, diabetes of een traag werkende schildklier. 
  • Letsel of een botafwijking na een polsbreuk. 

Het carpaal tunnel syndroom komt regelmatig aan beide handen voor, maar meestal is één hand duidelijker aangedaan. 

Welke klachten horen bij CTS? 

Vraag je je af of jouw tintelingen iets met CTS te maken hebben? De klachten zijn vaak herkenbaar. 

  • Een tintelend of prikkelend gevoel in de duim, wijsvinger en middelvinger 
  • Een doof of gezwollen gevoel in de handpalm 
  • Pijn in de pols of hand die kan uitstralen naar de onderarm of schouder 
  • Krachtsverlies of moeite met het vasthouden van voorwerpen 

Typisch is dat de klachten ’s nachts erger worden. Veel mensen worden wakker omdat hun hand “slaapt” of tintelt. Overdag kun je het merken bij bezigheden zoals autorijden, fietsen, typen of zelfs het vasthouden van een boek. 

Hoe wordt de diagnose gesteld? 

De neuroloog stelt de diagnose meestal op basis van jouw klachten en een kort lichamelijk onderzoek. Om het zeker te weten kunnen er aanvullende onderzoeken worden gedaan: 

  1. Zenuwechografie: met geluidsgolven wordt de zenuw zichtbaar gemaakt. Dit is een pijnloos onderzoek dat 15 tot 30 minuten duurt. 
  1. Zenuwgeleidingsonderzoek (EMG): hierbij worden met kleine schokjes de signalen in de zenuw gemeten. Het onderzoek is veilig, duurt ongeveer 30 minuten en kan wat ongemakkelijk aanvoelen. 

Voor een betrouwbaar resultaat is het belangrijk dat je handen warm en vetvrij zijn. Draag daarom geen ringen, armbanden of horloge tijdens het onderzoek. 

Wat kun je doen bij het carpaal tunnel syndroom? 

De behandeling hangt af van hoe ernstig jouw klachten zijn. In eerste instantie kiest je huisarts vaak voor een eenvoudige aanpak. 

1. Rust en pijnstilling 
Bij milde klachten kan rust voldoende zijn. Een polsspalk helpt om de pols recht te houden en druk op de zenuw te verminderen. Pijnstillers zoals paracetamol kunnen tijdelijk verlichting geven. 

2. Injectie met ontstekingsremmer 
Wanneer rust niet genoeg helpt, kan een injectie met een verdovend en ontstekingsremmend middel uitkomst bieden. De klachten nemen vaak na enkele dagen af. Bij ongeveer de helft van de mensen werkt deze behandeling enkele maanden goed. 

3. Operatie 
Zijn de klachten blijvend of ernstig? Dan kan een kleine operatie de druk op de zenuw wegnemen. De chirurg maakt een kleine snede in de handpalm en snijdt de dwarse polsband door. Hierdoor krijgt de zenuw weer ruimte. De ingreep duurt 10 tot 20 minuten en gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. 

Na de operatie draag je kort een verband en mag je de vingers al snel weer bewegen. De meeste mensen kunnen binnen twee weken lichte werkzaamheden hervatten. 

Herstel en nazorg 

Na de behandeling verdwijnen de tintelingen vaak direct, al kan het gevoel in de vingers nog even wat dof blijven. Het litteken kan tijdelijk gevoelig zijn, vooral bij druk op de handpalm. 

Er is een kleine kans op complicaties zoals een nabloeding of infectie, maar deze komen zelden voor. Worden je vingers koud, blauw of pijnlijk, neem dan direct contact op met je arts. 

Laat tintelingen niet aanhouden 

Blijf niet rondlopen met slapende handen of tintelende vingers. Hoe eerder je een diagnose krijgt, hoe beter de zenuw zich kan herstellen. 

Heb jij klachten die wijzen op het carpaal tunnel syndroom? Neem contact op met je huisarts om dit te laten onderzoeken.